Videos
Index Tilburg Helmstedt DDR, Berlin, Magd. Musik Übrige

Joseph (Joke) Hollander werd geboren op de 21.03.1915 in de Anna Paulownastraat 40 in de Koningswei, als zoon van het joods-katholieke echtpaar Abraham (Bram) Hollander en Anna Verbruecken. De vader, handelaar in "vellen", kwam uit Antwerpen, zijn vrouw uit Herentals Belgie. Zij woonden al in 1909 in de Koningswei. Rond 1920 verhuisde het gezin naar Anna Paulownastraat 39 en in 1935 naar nr. 37. Hij was het zevende kind uit een totaal van twaalf. Hij overleed op de 26.02.1993 in Tilburg

Volgens bepaalde bronnen waren er acht tot twaalf kinderen, waarvan er in archieven slechts zes zijn te achterhalen: Sibilla (1904), Paulina (1905), Magdalena (1907), Hartog Abraham (1909-1910), Joseph en Maria (1921). Ook wordt beweerd dat het hele gezin in de oorlog is gedeporteerd, maar dat is onzin. Zeker is wel dat Paulina, haar twee kinderen en haar man in 1943 overleden in Duitse concentratiekampen. Volgens een buurtbewoner had Paulina haar echtgenoot, een "volle Jood", vrijwillig gevolgd toen hij werd opgepakt door de Duitsers. Haar man Joseph Gompers kwam om in februari 1943 in Auschwitz, Paulina en hun dochters Marieke en Anneke kwamen in Sobibor om, in juni 1943.

Er wordt beweerd dat het hele gezin, op Joseph na, in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers is vermoord. Joseph zou, voorafgaand aan zijn eigen transport, op het treinperron zoveel misbaar hebben gemaakt, dat de Duitsers hem lieten gaan. Waarschijnlijk overleefden de overige de Holocaust omdat het gezin "gemengd" was, moeder Anna was immers katholiek. Zij overleed in 1947 in Tilburg, vader Bram, die toen nog in de Anna Paulownastraat woonde, in 1959. Waarschijnlijk hield hij aan deze gruwelijke oorlogsherinneringen een trauma over. Sindsdien zwierf hij zwijgend en gehuld in een lange leren jas jarenlang door Tilburg, wat hem de bijnaam Zot Joke opleverde.

Hij was vaak te vinden bij draaiorgels en liep regelmatig met een jute zak op zijn rug. Hij haalde vroeger gestroopte konijnen vellen op, ook was Joke vaak bij ons in de van Speijkstraat (in de 1950 en 1960 jaren) waar hij familie had wonen. Het was erg een zwijgzame man, ik heb hem bijna nooit een woord horen zeggen en wij als kinderen accepteerde de man zoals hij was. Zo af en toe werd hij ten onrechte geplaagd en dan kon Joke kwaad worden, maar verder deed hij geen vlieg kwaad. Joke was een Tilburger onder de Tilburgers. iedereen kende de stadswandelaar en het is dan ook geen wonder dat er na zijn overlijden, in 1993, geld ingezameld werd voor een monument ter nagedachtenis aan die kleine man. Zijn curatoren lieten echter al snel weten dat de familie een dergelijk initiatief niet op prijs stelde en daarop werden de plannen van tafel geveegd. Vergeten doen ze Joke niet snel, misschien krijgt hij later alsnog zijn monument wel..!!



Monumentje voor Joke

Met kortgeschoren haar en leren jas
De handen in de zakken, winter, zomer
Voortstappend in de straat met zachte pas
Of staand bij iets of niets, klaarlichte dromer?

Daar jij er was bij alles wat er was,
Werd jij familie ook al bleef de schroom er
Om jou eens aan te spreken, want en face
Sloeg jij de ogen neer, klaarlichte dromer?

Ze zeiden dat jij heel erg rijk moest zijn
Maar wat is rijk zo mensenschuw en klein,
Zoon van het oude volk, de oorlog, curatele,
En van de straatjeugd slachtoffer van gein?
Dat jij nu in dat blind geluk mag delen!
En dat je daar bent waar de orgels spelen!